Auteur Topic: Immunologen gaan op zoek naar ontbrekende glutendeeltjes  (gelezen 216 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8861
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Immunologen gaan op zoek naar ontbrekende glutendeeltjes
« Gepost op: maart 16, 2021, 13:43:03 »
Er is een lijstje met 27 glutendeeltjes (epitopen) waar coeliakiepatiŽnten (met HLA-DQ2.5/2.5 genen) ziek van worden. Maar dat lijstje is niet compleet, schrijven Noorse immunologen in een tijdschrift voor vakgenoten. Ze gaan hun best doen om in hun laboratoria de ontbrekende glutendeeltjes te vinden. Die kennis is belangrijk om in de toekomst medicijnen voor coeliakie te maken.

De belangrijkste glutendeeltjes waar coeliakiepatiŽnten ziek van worden, zijn afkomstig van gliadine, een eiwit in tarwe. In darmweefsel van coeliakiepatiŽnten zijn altijd T-cellen (witte bloedcellen) te vinden die reageren op gliadine. Mensen zonder coeliakie hebben dergelijke T-cellen niet. De immunologen vonden in darmweefsel van coeliakiepatiŽnten ook andere T-cellen die reageren op nog onbekende glutendeeltjes. Dat kunnen er een paar zijn, schrijven ze, maar ook een hele lijst.

Van tweederde van de T-cellen is bekend op welke glutendeeltjes ze afkoersen, als iemand met coeliakie gluten eet en de eiwitten in de darmen terechtkomen. Maar van eenderde van de glutenspecifieke T-cellen kon dat niet achterhaald worden. Toch willen de immunologen dat graag weten. Toekomstige medicijnen zouden die T-cellen van coeliakiepatiŽnten kunnen uitschakelen. Dan moeten ze eerst goed in beeld zijn. Of ze zouden die T-cellen kunnen Ďherprogrammerení: leren dat gluten onschadelijk is, en dat ze er niet tegen in actie hoeven te komen. Maar ook dan moeten die glutendeeltjes beter in kaart gebracht worden. Kortom, er is nog volop werk aan de winkel.


ORIGINAL RESEARCH ARTICLE
Front. Immunol., 16 March 2021 | https://doi.org/10.3389/fimmu.2021.646163
Frequency of Gluten-Reactive T Cells in Active Celiac Lesions Estimated by Direct Cell Cloning
 Shuo-Wang Qiao1,2*,  Shiva Dahal-Koirala1,2,  Linn M. EggesbÝ1,  Knut E. A. Lundin1,3 and  Ludvig M. Sollid1,2
ē   1K.G. Jebsen Coeliac Disease Research Centre, Department of Immunology, University of Oslo, Oslo, Norway
ē   2Department of Immunology, Oslo University Hospital, Oslo, Norway
ē   3Department of Gastroenterology, Oslo University Hospital, Oslo, Norway
Chronic inflammation of the small intestine in celiac disease is driven by activation of CD4+ T cells that recognize gluten peptides presented by disease-associated HLA-DQ molecules. We have performed direct cell cloning of duodenal biopsies from five untreated and one refractory celiac disease patients, and three non-celiac disease control subjects in order to assess, in an unbiased fashion, the frequency of gluten-reactive T cells in the disease-affected tissue as well as the antigen fine specificity of the responding T cells. From the biopsies of active disease lesions of five patients, 19 T-cell clones were found to be gluten-reactive out of total 1,379 clones tested. This gave an average of 1.4% (range 0.7% - 1.9%) of gluten-reactive T cells in lamina propria of active celiac lesions. Interestingly, also the patient with refractory celiac disease had gluten-reactive T cell clones in the lamina propria (5/273; 1.8%). In comparison, we found no gluten-reactive T cells in any of the total 984 T-cell clones screened from biopsies from three disease control donors. Around two thirds of the gluten-reactive clones were reactive to a panel of peptides representing known gluten T-cell epitopes, of which two thirds were reactive to the immunodominant DQ2.5-glia-α1/DQ2.5-glia-α2 and DQ2.5-glia-ω1/DQ2.5-glia-ω2 epitopes. This study shows that gluten-reactive T cells in the inflamed duodenal tissue are prevalent in the active disease lesion, and that many of these T cells are reactive to T-cell epitopes that are not yet characterized. Knowledge of the prevalence and epitope specificity of gluten-specific T cells is a prerequisite for therapeutic efforts that target disease-specific T cells in celiac disease.

Mijn zoon (21) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.