Auteur Topic: CoeliakiepatiŽnten eten in het weekend vaker iets met gluten dan doordeweeks  (gelezen 507 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8713
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
De meeste coeliakiepatiŽnten zijn er vast van overtuigd dat ze geen gluten binnenkrijgen en zich goed aan hun dieet houden. Maar is dat werkelijk zo? Argentijnse artsen en onderzoekers testten urine en ontlasting van 53 volwassen coeliakiepatiŽnten. Bij een positieve testuitslag heeft iemand toch te veel gluten op. In een periode van 4 weken leverden de coeliakiepatiŽnten elke vrijdag en zaterdag een potje met ontlasting in, en elke zondag een potje met urine. Bij 89 % van de patiŽnten was minstens 1 uitslag (urine of poep) in de testen van die maand positief. Van alle ingeleverde urine- en poepmonsters was 38 % positief. In het weekend gaat het vaker mis dan doordeweeks, merkten de onderzoekers. In het weekend had 69% 1 of meer keer een positieve uitslag, en doordeweeks 62%. Kennelijk beÔnvloedde de test ook het gedrag van de deelnemers: de eerste week waren er minder positieve uitkomsten dan de vierde week. 

Conclusie van de onderzoekers: coeliakiepatiŽnten worden regelmatig blootgesteld aan gluten. De urinetest en de ontlastingstest zijn een handig hulpmiddel voor diŽtisten om na te gaan of de coeliakiepatiŽnten die ze begeleiden te veel gluten binnenkrijgen.   


Clin Gastroenterol Hepatol. 2020 Mar 23. pii: S1542-3565(20)30350-5. doi: 10.1016/j.cgh.2020.03.038. [Epub ahead of print]
Real-world Gluten Exposure in Patients With Celiac Disease on Gluten-Free Diets, Determined From Gliadin Immunogenic Peptides in Urine and Fecal Samples.
Stefanolo JP1, TŠlamo M1, Dodds S1, Temprano MP1, Costa AF1, Moreno ML1, Pinto-SŠnchez MI2, Smecuol E1, VŠzquez H1, Gonzalez A1, Niveloni SI1, MauriŮo E1, Verdu EF2, Bai JC3.


It is not clear how often patients who are on gluten-free diets (GFDs) for treatment celiac disease are still exposed to gluten. We studied levels of gluten immunogenic peptides (GIP) in fecal and urine samples, collected over 4 weeks, from patients with celiac disease following a long-term GFD.

METHODS:
We performed a prospective study of 53 adults with celiac disease who had been on a GFD for more than 2 years (median duration, 8 years; interquartile range, 5-12 years) in Argentina. At baseline, symptoms were assessed by the celiac symptom index questionnaire. Patients collected stool each Friday and Saturday and urine samples each Sunday for 4 weeks. We used a commercial ELISA to measure GIP in stool and point-of-care tests to measure GIP in urine samples.

RESULTS:
Overall, 159 of 420 stool and urine samples (37.9%) were positive for GIP; 88.7% of patients had at least 1 fecal or urine sample that was positive for GIP (median, 3 excretions). On weekends (urine samples), 69.8% of patients excreted GIP at least once, compared with 62.3% during weekdays (stool). The number of patients with a sample that was positive for GIP increased over the 4-week study period (urine samples in week 1 vs week 4, P<.05). Patients with symptoms had more weeks in which GIP was detected in stool than patients without symptoms (P<.05). Numbers of samples that were positive for GIP correlated with titers of deamidated gliadin peptide IgA in patients' blood samples, but not with levels of tissue transglutaminase.

CONCLUSIONS:
Patients with celiac disease on a long-term GFD are still frequently exposed to gluten. Assays to detect GIP in stool and urine might be used to assist dietitians in assessment of GFD compliance.
PMID:32217152
 
DOI:10.1016/j.cgh.2020.03.038


Mijn zoon (20) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.