Auteur Topic: Kleine veranderingen in diagnosetraject voor coeliakie bij kinderen  (gelezen 240 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8610
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Kleine veranderingen in diagnosetraject voor coeliakie bij kinderen
« Gepost op: november 25, 2019, 21:53:27 »
De vereniging van Europese kinderartsen (ESPGHAN) heeft de richtlijnen voor de diagnose van coeliakie bij kinderen op enkele kleine onderdelen aangepast. 

Kinderen met zeer hoge TTG antistoffen

Om te weten of een kind coeliakie heeft, wordt het bloed getest. Zijn de TTG* antistoffen in het bloed heel erg hoog, dan heeft het kind waarschijnlijk coeliakie. Wat betekent ‘heel erg hoog’ in de praktijk? Het gaat om 10 keer de grenswaarde van anti TTG of nog meer (die grenswaarde verschilt per ziekenhuis, het kan bijvoorbeeld 10 zijn, 7 of 15). Bij zo’n hoge uitslag volgden tot nu toe nog twee andere testen. Eerst werd een ander type antistoffen getest in het bloed: EMA (anti endomysium). Is die test ook positief, dan is de kans op coeliakie al bijna 100%. Voor de zekerheid volgde nog een bloedtest om de genen te testen. Coeliakie komt alleen voor bij kinderen met de genen HLA-DQ2 en HLA-DQ8. In bijna alle gevallen was de gentest positief. Daarom heeft het weinig zin om de genen te testen, vinden de kinderartsen. Bovendien is het vrij duur en hebben niet alle ziekenhuizen in Europa de gentest in huis. Reden om met ingang van 2020 de gentest te laten vervallen die de coeliakiediagnose bevestigt. De antistoffentest biedt voldoende houvast voor de diagnose van coeliakie bij deze groep kinderen. 

Kinderen met licht verhoogde antistoffen

Sommige kinderen hebben wel TTG antistoffen in hun bloed, maar die zijn niet heel erg hoog: tussen 1 en 10 keer de grenswaarde. Het kan zijn dat het kind coeliakie heeft, maar het hoeft niet. Om dat zeker te weten is een darmonderzoek nodig. Pas dan wordt duidelijk of de darmvlokken beschadigd zijn. Ziet het darmweefsel er goed uit, dan heeft het kind toch geen coeliakie. EMA wordt bij kinderen met licht verhoogde antistoffen niet standaard getest en ook de gentest is niet nodig. Die testen kunnen nog wel gebruikt worden als de diagnose niet meteen duidelijk is.

Kinderen zonder klachten

Soms blijkt een kind uit een familie waar al iemand coeliakie heeft, óók coeliakie te hebben, zelfs als er geen klachten zijn. Ook een kind met een andere ziekte of aandoening kan coeliakie hebben, zoals een kind met Down of een kind met diabetes type 1. Het gaat niet altijd gepaard met klachten. Bij deze kinderen wordt eerst gekeken hoe hoog de waarde van de antistoffen in het bloed is. Is het licht verhoogd, dan volgt een darmonderzoek. Is het heel erg hoog, dan volgt niet altijd een darmonderzoek. De arts overlegt met het kind en de ouders of een darmonderzoek zal plaatsvinden. In het verleden kregen deze kinderen standaard een darmonderzoek, maar volgens de nieuwe richtlijnen hoeft dat niet meer. Als de antistoffen heel erg hoog zijn, is de kans op coeliakie ook erg groot. Hoewel: bij kinderen zonder klachten is dat iets minder betrouwbaar dan bij kinderen mét klachten.

Kinderen zonder antistoffen

Het komt niet vaak voor, maar er zijn kinderen die coeliakie hebben, terwijl hiervoor geen aanwijzingen te vinden zijn in het bloed. Wat kan er aan de hand zijn?
1.   Het kind eet te weinig gluten (opnieuw gluten eten en dan opnieuw testen is de meest voor de hand liggende oplossing).
2.   Het kind gebruikt medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken.
3.   Het kind is IgA deficient (dat blijkt uit de IgA Totaal waarde op het labformulier; bij deze kinderen moet een andere bloedtest gebruikt worden die IgG antistoffen meet en geen igA antistoffen). 
4.   Het kind heeft geen buikklachten maar andere klachten, zoals de huidziekte DH, dan kunnen de coeliakie antistoffen negatief zijn.

Kinderen zonder darmschade

De mate waarin de darmen beschadigd zijn, wordt uitgedrukt in Marshgradaties (Marsh is de naam van de arts die de gradaties bedacht). Coeliakie komt voor bij kinderen met Marsh 2 en Marsh 3. Marsh 3 komt het meest voor. Bij Marsh 3 zijn de darmvlokken verdwenen die belangrijke voedingsstoffen uit het eten halen. Bij Marsh 2 zijn de darmvlokken nog intact, maar er zijn toch veranderingen waarneembaar voor de patholoog die de stukjes darmweefsel (biopten) bestudeert. Er zijn bijvoorbeeld meer ontstekingscellen te vinden. Sommige kinderen hebben wel coeliakie antistoffen in hun bloed, maar geen damschade (Marsh 0) of iets meer ontstekingscellen dan normaal (Marsh 1). Een gespecialiseerde kinderarts houdt deze kinderen in de gaten en bespreekt met de ouders wat te doen.

Bij welke klachten worden kinderen getest op coeliakie? 

Bij één of meer van de volgende klachten moet bij een arts een lampje gaan branden dat een kind coeliakie kan hebben, vooral als de klachten lange tijd aanhouden:
- diarree
- verstopping
- buikpijn
- een bolle buik
- misselijkheid en overgeven
- gewichtsverlies
- achterblijvende groei en ontwikkeling
- kort postuur
- late puberteit, geen menstruatie
- prikkelbaarheid
- vermoeidheid
- tintelingen, prikkelingen of een doof gevoel in armen of benen (neuropathie)
- gewrichtsklachten
- een ijzertekort
- botontkalking
- botbreuken
- aften (kleine zweertjes in de mond)
- huiduitslag met blaasjes en jeuk (lijkt op dermatitis herpetiformis)
- ontbrekend tandglazuur
- afwijkende leverwaarden in het bloed
(Wat ik nog mis in dit lijstje is jeuk. reflux, geen eetlust, hoofdpijn/ migraine, psychische klachten zoals somberheid en angstgevoelens, en 'mist in het hoofd'/ concentratieproblemen.)

*TTG = tissue transglutaminase
** EMA = endomysium

J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2019 Oct 17. doi: 10.1097/MPG.0000000000002497. [Epub ahead of print]
European Society Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition Guidelines for Diagnosing Coeliac Disease 2020.
Husby S1, Koletzko S2, Korponay-Szabó I3, Kurppa K4, Mearin ML5, Ribes-Koninckx C6, Shamir R7, Troncone R8, Auricchio R8, Castillejo G9, Christensen R10, Dolinsek J11, Gillett P12, Hróbjartsson A13, Koltai T14, Maki M4, Nielsen SM10, Popp A, Bucharest15, Størdal K16, Werkstetter K2, Wessels M17.

OBJECTIVES:

The ESPGHAN 2012 coeliac disease (CD) diagnostic guidelines aimed to guide physicians in accurately diagnosing CD and permit omission of duodenal biopsies in selected cases. Here, an updated and expanded evidence-based guideline is presented.

METHODS:

Literature databases and other sources of information were searched for studies that could inform on ten formulated questions on symptoms, serology, HLA genetics, and histopathology. Eligible articles were assessed using QUADAS2. GRADE provided a basis for statements and recommendations.

RESULTS:

Various symptoms are suggested for case finding, with limited contribution to diagnostic accuracy. If CD is suspected, measurement of total serum IgA and IgA-antibodies against transglutaminase 2 (TGA-IgA) is superior to other combinations. We recommend against deamidated gliadin peptide antibodies (DGP-IgG/IgA) for initial testing. Only if total IgA is low/undetectable an IgG based test is indicated. Patients with positive results should be referred to a paediatric gastroenterologist/specialist. If TGA-IgA is ≥10 times the upper limit of normal (10xULN) and the family agrees, the no-biopsy diagnosis may be applied, provided endomysial antibodies (EMA-IgA) will test positive in a second blood sample. HLA DQ2-/DQ8 determination and symptoms are not obligatory criteria. In children with positive TGA-IgA <10xULN at least 4 biopsies from the distal duodenum and at least one from the bulb should be taken. Discordant results between TGA-IgA and histopathology may require re-evaluation of biopsies. Patients with no/mild histological changes (Marsh 0/I) but confirmed autoimmunity (TGA-IgA/EMA-IgA+) should be followed closely.

CONCLUSIONS:

CD diagnosis can be accurately established with or without duodenal biopsies if given recommendations are followed.

PMID:31568151
 
DOI:10.1097/MPG.0000000000002497

Mijn zoon (19) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.