Auteur Topic: AustraliŽ onderzoekt veiligheid van haver voor coeliakiepatiŽnten  (gelezen 327 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8610
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
AustraliŽ onderzoekt veiligheid van haver voor coeliakiepatiŽnten
« Gepost op: november 12, 2019, 21:21:34 »
In de meeste landen is haver toegestaan in een glutenvrij dieet, zolang de haver maar niet besmet is met tarwe, rogge en gerst. In AustraliŽ en Nieuw-Zeeland gelden andere regels. CoeliakiepatiŽnten in deze landen eten (nog) geen haver. Eerst wil men zeker weten of haver wel veilig is. En als sommige coeliakiepatiŽnten het niet verdragen -waar het wel naar uitziet- willen ze een test ontwikkelen om dat aan te tonen. Zodat patiŽnten dat niet zelf, met trial & error, hoeven uit te vinden. Uit eerder onderzoek bleek dat 8 % van de coeliakiepatiŽnten een immuunreactie heeft als ze haver eten (aangetoond in het bloed). Nieuw onderzoek moet aan het licht brengen of er een veilige dosis bestaat en of de ene soort haver beter wordt verdragen dan de andere.

Avenine

Haver bevat avenine eiwitten, deze eiwitten lijken op de gluten eiwitten in tarwe, rogge en gerst. Wie haver eet, krijgt maar een heel klein beetje van die avenine eiwitten binnen. Havermeel bestaat namelijk slechts voor 1 % uit avenine eiwitten. Australische onderzoekers willen testen of het lichaam van coeliakiepatiŽnten reageert op deze avenine eiwitten. Je zou denken, laat een groep coeliakiepatiŽnten een kommetje haver eten, of misschien twee, en kijk wat er gebeurt. Maar haver bevat allerlei andere bestanddelen, zoals suikers (oa fructanen) en vezels. Die kunnen het beeld verstoren. Bovendien zouden coeliakiepatiŽnten maar liefst 300 tot 700 gram haver moeten eten, om aan te tonen wat het effect is van de avenine eiwitten. Dat is veel te veel. Daarom hebben Australische onderzoekers een pure vorm van avenine eiwitten uit haver gehaald. Ze isoleerden 2 kilo avenine eiwitten uit 400 kilo haver. Met deze avenine eiwitten willen ze experimenten uitvoeren onder proefpersonen met coeliakie.


Front Nutr. 2019 Oct 15;6:162. doi: 10.3389/fnut.2019.00162. eCollection 2019.
Preparation and Characterization of Avenin-Enriched Oat Protein by Chill Precipitation for Feeding Trials in Celiac Disease.
Tanner G1, JuhŠsz A2, Florides CG3, Nye-Wood M2, Bťkťs F4, Colgrave ML2, Russell AK5,6, Hardy MY5,6, Tye-Din JA5,6,7,8.

The safety of oats for people with celiac disease remains unresolved. While oats have attractive nutritional properties that can improve the quality and palatability of the restrictive, low fiber gluten-free diet, rigorous feeding studies to address their safety in celiac disease are needed. Assessing the oat prolamin proteins (avenins) in isolation and controlling for gluten contamination and other oat components such as fiber that can cause non-specific effects and symptoms is crucial. Further, the avenin should contain all reported immunogenic T cell epitopes, and be deliverable at a dose that enables biological responses to be correlated with clinical effects. To date, isolation of a purified food-grade avenin in sufficient quantities for feeding studies has not been feasible. Here, we report a new gluten isolation technique that enabled 2 kg of avenin to be extracted from 400 kg of wheat-free oats under rigorous gluten-free and food grade conditions. The extract consisted of 85% protein of which 96% of the protein was avenin. The concentration of starch (1.8% dry weight), β-glucan (0.2% dry weight), and free sugars (1.8% dry weight) were all low in the final avenin preparation. Other sugars including oligosaccharides, small fructans, and other complex sugars were also low at 2.8% dry weight. Liquid chromatography tandem mass spectrometry (LC-MS/MS) analysis of the proteins in these preparations showed they consisted only of oat proteins and were uncontaminated by gluten containing cereals including wheat, barley or rye. Proteomic analysis of the avenin enriched samples detected more avenin subtypes and fewer other proteins compared to samples obtained using other extraction procedures. The identified proteins represented five main groups, four containing known immune-stimulatory avenin peptides. All five groups were identified in the 50% (v/v) ethanol extract however the group harboring the epitope DQ2.5-ave-1b was less represented. The avenin-enriched protein fractions were quantitatively collected by reversed phase HPLC and analyzed by MALDI-TOF mass spectrometry. Three reverse phase HPLC peaks, representing ~40% of the protein content, were enriched in proteins containing DQ2.5-ave-1a epitope. The resultant high quality avenin will facilitate controlled and definitive feeding studies to establish the safety of oat consumption by people with celiac disease.

PMID: 31681788 PMCID: PMC6803533 DOI: 10.3389/fnut.2019.00162

Mijn zoon (19) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.