Auteur Topic: Wat zeggen je HLA-genen over coeliakie?  (gelezen 453 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8610
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Wat zeggen je HLA-genen over coeliakie?
« Gepost op: oktober 05, 2019, 17:07:13 »
Welke genen komen voor bij mensen met coeliakie?

Ieder mens heeft HLA-genen. Ze zitten aan de buitenkant van lichaamscellen die een rol spelen in het immuunsysteem. Er zijn verschillende varianten. Mensen met coeliakie hebben (bijna) altijd HLA-DQ2.2, HLA-DQ2.5 en/of HLA-DQ8. Er bestaan ook andere genen, HLA-DQ4, HLA-DQ5 of HLA-DQ6 bijvoorbeeld. Die hebben geen rol in coeliakie. Coeliakiepatiënten hebben vrijwel altijd één of twee van de genen HLA-DQ2.5, HLA-DQ2.2 en HLA-DQ8.

Hoe kom je aan deze HLA genen?

Deze HLA-genen erf je van je ouders en zij kregen ze weer van hun ouders. Eén gen komt van je vader en één van je moeder.

Hoe vaak komen de genen HLA-DQ2 en HLA-DQ8 voor in de bevolking?


In westerse landen heeft ongeveer dertig procent van de bevolking de HLA-genen die geassocieerd worden met coeliakie. Die mensen krijgen niet allemaal coeliakie. Dat gebeurt bij ongeveer 1 procent van de bevolking. Een coeliakiepatiënt heeft HLA-DQ2 of HLA-DQ8 nodig om coeliakie te ontwikkelen. Maar er zijn heel veel mensen die deze genen hebben en die toch geen coeliakie krijgen.

Kun je coeliakie hebben zonder deze genen?

Vrijwel alle coeliakiepatiënten hebben HLA-DQ2 en/of HLA-DQ8 genen. Het komt sporadisch voor dat iemand coeliakie heeft zonder de genoemde genen (met HLA-DQ7 bijvoorbeeld).

Wat doen de HLA-genen?


Bij mensen met coeliakie slaat het immuunsysteem alarm als glutenfragmenten een verbinding vormen met de HLA-genen DQ2 of DQ8. Heeft iemand andere varianten van HLA, bijvoorbeeld HLA-DQ6, dan gebeurt er niets als die persoon gluten eet; het immuunsysteem keurt de glutenfragmenten goed.

Met welke HLA-genen is de kans op coeliakie het grootst?

De kans op coeliakie is het grootst bij mensen die de combinatie HLA-DQ2.5/HLA-DQ2.5 hebben. Zij kregen van zowel de vader als de moeder HLA-DQ2.5. Ongeveer eenderde van de coeliakiepatiënten heeft deze combinatie. Ook de combinatie HLA-DQ2.5/HLA-DQ2.2 komt vaak voor, bij ongeveer eenvijfde van de patiënten. Van alle coeliakiepatiënten heeft ongeveer 95 procent HLA-DQ2, de rest heeft HLA-DQ8.

Kan een moeder met een HLA-DQ2.2 gen een kind krijgen met HLA-DQ2.5?

Ja. HLA-DQ2.5 komt dan van de vader.

Hoe wordt vastgesteld welke genen je hebt?

Het bepalen van het HLA-type gebeurt met een bloedtest of met een wattenstokjestest waarmee wangslijmcellen worden verzameld. Het DNA dat daaruit wordt gehaald, wordt gebruikt voor de test. De DNA test wordt aangevraagd door een arts.

Wat betekent het als de genetische test positief is?

Eigenlijk weet je nog niet zoveel als de uitkomst van de genetische test positief is (= je hebt de genen HLA-DQ2 en/of HLA-DQ8). Het kan nog alle kanten op:
-   Je hebt op dit moment coeliakie
-   Je hebt op dit moment géén coeliakie, maar je krijgt het in de toekomst
-   Je hebt géén coeliakie en je zult het ook nooit krijgen
Kinderen uit coeliakiefamilies die positief testen op de risicogenen krijgen elk jaar een bloedtest om in de gaten te houden of ze coeliakie ontwikkelen. 

Wat betekent het als de genetische test negatief is?

De genetische test is vooral handig om coeliakie uit te sluiten als de uitkomst negatief is (= je hebt de coeliakiegenen niet). Met een negatieve uitslag weet je dat je nooit coeliakie kunt krijgen.

Is het nodig om je HLA-type te laten bepalen?

Als je al weet dat je coeliakie hebt, hoef je niet alsnog je HLA-type te laten bepalen (je weet al dat je HLA-DQ2 of HLA-DQ8 zult hebben). Als je arts twijfelt aan de coeliakie diagnose, kan ter controle het HLA-type
getest worden. Ook kan de genetische test gebruikt worden als je geen coeliakie diagnose hebt, maar al wel glutenvrij eet, en opnieuw gluten eten (een glutenprovocatie) niet haalbaar is. Heb je coeliakie, of heeft je kind coeliakie, laat dan ook de andere gezinsleden testen, omdat zij een grotere kans lopen op dezelfde ziekte.


In de praktijk:

Stel dat bij een ouder of kind coeliakie is ontdekt en dat ook de andere gezinsleden op coeliakie worden getest, wat betekent het als de bloedtest naar de HLA-DQ genen die geassocieerd zijn met coeliakie negatief is? Kan de persoon met een negatieve gentest toch coeliakie hebben of dat later alsnog ontwikkelen?
Het juiste antwoord is: nee. Maar deze vraag werd in het onderzoek van Margreet Wessels (PreventCD) door ouders van kinderen uit coeliakiefamilies in opvallend veel gevallen nog met ‘ja, misschien’ beantwoord. Terwijl ouders gerust kunnen zijn als de uitkomst negatief is: dan is coeliakie uitgesloten. Ze hoeven zich geen zorgen te maken of hun kind nu coeliakie heeft of dat later zal krijgen.
In het onderzoek van Wessels had 15 % van de kinderen uit coeliakiefamilies een negatieve gentest. Van de algemene bevolking heeft 30 % de coeliakiegenen; kinderen uit coeliakiefamilies testen dus veel vaker positief (in 85 % van de gevallen). Margreet Wessels toonde ook aan dat ouders uit coeliakiefamilies het graag willen weten als hun kinderen de coeliakiegenen hebben. Zie https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24916643

Volgens ander onderzoek van Margreet Wessels is het de beste aanpak om bij familiescreening de  volwassenen eenmalig te testen met een antistoffentest, en de kinderen eerst met een HLA-test en als die positief is elk jaar met een bloedtest naar antistoffen tot het kind 10 jaar is; http://www.coeliakieforum.nl/index.php?topic=25876.msg658486#msg658486 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29974211

Wattenstokjestest: https://www.labmaastricht.nl/hla-typering-met-behulp-van-wattenstokjes (testpakketjes zijn aanwezig bij alle kinderartsen in Limburg)

Hier vind je een verdeling naar HLA-type: https://www.rug.nl/research/portal/files/14550865/04c4.pdf (zie tabel 1 op pagina 93 daar staat een lijstje)

Over de klinische waarde van HLA-testen:
-   Het is niet de eerst aanbevolen test bij coeliakie, dat is altijd nog de TTG antistoffentest.
-   HLA-testen worden gebruikt bij risicogroepen, zoals familieleden van een coeliakiepatiënt of kinderen met het Down syndroom
-   Als de uitkomsten van de TTG bloedtest en het darmonderzoek niet overeenkomen kan de specialist de genen laten testen (bv bloedtest positief en darmen niet beschadigd, of andersom, bloedtest negatief en darmen beschadigd)
-   Als iemand al begonnen is met een glutenvrij dieet en niet in staat is om opnieuw gluten te eten en er een grote kans bestaat op coeliakie
-   Als iemand een coeliakie diagnose heeft en toch geen vooruitgang merkt door een glutenvrij dieet, zodat er twijfel ontstaat of coeliakie de juiste diagnose is
Bron: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25827511



Mijn zoon (19) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.