Auteur Topic: Nieuwe Ďa-typischeí tarwe-allergie  (gelezen 357 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8648
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Nieuwe Ďa-typischeí tarwe-allergie
« Gepost op: mei 29, 2019, 20:14:30 »
Duitse onderzoekers hebben ontdekt dat er naast de Ďgewoneí tarwe-allergie ook een Ďa-typischeí tarwe-allergie bestaat. Bij een gewone tarwe-allergie krijgt iemand die tarwe eet binnen een paar minuten last van jeuk, niezen, hoesten, traanogen, zwelling van de huid, ademhalingsklachten en buikklachten. Omdat de klachten zo snel ontstaan en zo heftig zijn, is het niet moeilijk om tarwe aan te wijzen als boosdoener. Bij de nieuwe a-typische tarwe-allergie ontstaan de klachten veel later. Zo kan iemand ís ochtends ťťn of meer boterhammen eten, en pas ís middags last krijgen van buikpijn, een opgeblazen buik, diarree of obstipatie. Hierdoor is het voor patiŽnten lastig te achterhalen of het aan tarwe ligt of aan iets anders.

Duitse artsen en onderzoekers voerden een experiment uit met 108 patiŽnten die de diagnose PDS (Prikkelbare Darm Syndroom) hadden gekregen. Ze brachten de patiŽnten onder narcose en gebruikten een endoscoop (dunne flexibele slang die via de mond naar de dunne darm gaat) met een miniatuur camera erin om de dunne darm te bekijken. De beelden verschenen duizend maal uitvergroot op een computerscherm. Ook brachten ze een vloeistof in de dunne darm met een allergene stof: tarwe, gist, melk, soja of ei. Van de 108 deelnemende patiŽnten reageerde de darmwand bij 76 patiŽnten (70 %) direct na contact met de allergene stof. Er ontstonden kleine openingen tussen de darmvlokken, waar lichaamsvocht door naar buiten sijpelde. Bij de groep die niet op een bepaald allergeen reageerde, bleef de darmwand intact. Tarwe veroorzaakte een allergische darmreactie bij 46 personen, gist veroorzaakte een vergelijkbare reactie bij 15 personen, 7 personen reageerden op melk, 5 op soja en 3 op ei. De onderzoekers namen kleine stukjes weefsel weg na de voedselprovocatie(s), en telden de meeste ontstekingscellen (IELs) bij de groep die allergisch reageerde op voeding.

Meer dan de helft van de PDS patiŽnten kan zoín a-typische voedselallergie hebben, schrijven de onderzoekers in Gastroenterology. Deze is niet met de gangbare technieken (een huidtest en een IgE bloedtest) aan te tonen. PatiŽnten die hun eetpatroon wijzigen en geen tarwe, gist, melk, soja of ei meer eten (afhankelijk van het allergeen waar hun darmen op reageren), worden grotendeels van hun klachten verlost.

Welke eiwitten in tarwe de allergene darmreactie veroorzaken is niet bekend. In tarwe zitten naast gluteneiwitten ook allerlei andere eiwitten waaronder ATIs (een natuurlijk insecticide). Waarom de darmen binnen vijf minuten reageren op contact met een bepaald allergeen terwijl de patiŽnt zelf pas 4 tot 6 uur later klachten ervaart, is onderwerp van vervolgstudies.


Gastroenterology. 2019 May 15. pii: S0016-5085(19)34636-0. doi: 10.1053/j.gastro.2019.03.046. [Epub ahead of print]
Many Patients With Irritable Bowel Syndrome Have Atypical Food Allergies Not Associated With Immunoglobulin E.
Fritscher-Ravens A1, Pflaum T2, MŲsinger M2, Ruchai Z2, RŲcken C3, Milla PJ4, Das M2, BŲttner M5, Wedel T5, Schuppan D6.

BACKGROUND & AIMS:
Confocal laser endomicroscopy (CLE) is a technique that permits real-time detection and quantification of changes in intestinal tissues and cells, including increases in intraepithelial lymphocytes and fluid extravasation through epithelial leaks. Using CLE analysis of patients with irritable bowel syndrome (IBS), we found that more than half have responses to specific food components. Exclusion of the defined food led to long-term symptom relief. We used the results of CLE to detect reactions to food in a larger patient population and analyzed duodenal biopsy samples and fluid from patients to investigate mechanisms of these reactions.

METHODS:
In a prospective study, 155 patients with IBS received 4 challenges with each of 4 common food components via the endoscope, followed by CLE, at a tertiary medical center. Classical food allergies were excluded by negative results from immunoglobulin E serology analysis and skin tests for common food antigens. Duodenal biopsy samples and fluid were collected 2 weeks before and immediately after CLE and were analyzed by histology, immunohistochemistry, reverse transcription polymerase chain reaction, and immunoblots. Results from patients who had a response to food during CLE (CLE+) were compared with results from patients who did not have a reaction during CLE (CLE-) or healthy individuals (controls).

RESULTS:
Of the 108 patients who completed the study, 76 were CLE+ (70%), and 46 of these (61%) reacted to wheat. CLE+ patients had a 4-fold increase in prevalence of atopic disorders compared with controls (P = .001). Numbers of intraepithelial lymphocytes were significantly higher in duodenal biopsy samples from CLE+ vs CLE- patients or controls (P = .001). Expression of claudin-2 increased from crypt to villus tip (P < .001) and was up-regulated in CLE+ patients compared with CLE- patients or controls (P = .023). Levels of occludin were lower in duodenal biopsy samples from CLE+ patients vs controls (P = .022) and were lowest in villus tips (P < .001). Levels of messenger RNAs encoding inflammatory cytokines were unchanged in duodenal tissues after CLE challenge, but eosinophil degranulation increased, and levels of eosinophilic cationic protein were higher in duodenal fluid from CLE+ patients than controls (P = .03).

CONCLUSIONS:
In a CLE analysis of patients with IBS, we found that more than 50% of patients could have nonclassical food allergy, with immediate disruption of the intestinal barrier upon exposure to food antigens. Duodenal tissues from patients with responses to food components during CLE had immediate increases in expression of claudin-2 and decreases in occludin. CLE+ patients also had increased eosinophil degranulation, indicating an atypical food allergy characterized by eosinophil activation.

https://www.gastrojournal.org/article/S0016-5085(19)34636-0/fulltext?referrer=https%3A%2F%2Fwww.ncbi.nlm.nih.gov%2F
Mijn zoon (20) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.