Auteur Topic: Bij ruim de helft van de kinderen is een darmonderzoek niet nodig (2)  (gelezen 830 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8586
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Ruim de helft van de kinderen bij wie coeliakie wordt vermoed, hoeft geen darmonderzoek meer te ondergaan. Dit blijkt uit een onderzoek onder potentiŽle coeliakiepatiŽntjes uit 21 Europese landen. Een speciale studiegroep van kinderartsen onderzocht het diagnosetraject van 707 kinderen die in de periode van november 2011 tot mei 2014 op bezoek kwamen in het ziekenhuis en bij wie coeliakie werd vermoed. Van deze kinderen hadden er 645 coeliakie, 46 niet, en bij 16 was het onduidelijk wat er aan de hand was.
 
Nieuwe richtlijnen voor de diagnose van coeliakie
In 2012 zijn de richtlijnen voor de diagnose van coeliakie in Europa aangepast. Tot die tijd kon coeliakie alleen worden vastgesteld door een bloedonderzoek en een darmonderzoek. Vanaf 2012 kon in bepaalde gevallen het darmonderzoek achterwege blijven. Dit is het geval als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
-   Het kind heeft chronische diarree, gewichtsverlies, komt niet aan in gewicht, groeit niet goed en/of heeft een ijzertekort. Dit zijn tekenen dat de darmen niet goed werken en dat voedingsstoffen door het lichaam niet goed worden opgenomen (malabsorptie).
-   De TTG antistoffen in het bloed zijn torenhoog, dat wil zeggen tien keer de normaalwaarde of nog hoger.
-   Bij twee verschillende metingen zijn de EMA antistoffen in het bloed positief.
-   Het kind heeft de genen die passen bij coeliakie: HLA-DQ2 en/of HLA-DQ8. Het genetisch profiel blijkt uit een bloedtest.

De laatste voorwaarde kan vervallen, schrijven de kinderartsen in het tijdschrift Gastroenterology. Door de andere voorwaarden te gebruiken voor de diagnose van coeliakie, valt al met een zekerheid van bijna 100 procent te voorspellen of een kind coeliakie heeft. Conclusie: de nieuwe diagnostische richtlijnen werken prima. Uit het onderzoek blijkt verder dat pathologen het niet altijd eens zijn over de beoordeling van biopten (=stukjes darmweefsel): in 7 procent van de gevallen ziet de ene patholoog kenmerken van coeliakie (Marsh 2 of 3) en de ander niet (Marsh 0 of 1). Het Ďlezení van de biopten is en blijft mensenwerk.

Klachten
Van de 707 kinderen bij wie coeliakie werd vermoed, hadden er 76 geen klachten. De anderen hadden klachten van uiteenlopende aard, naast de hierboven genoemde klachten waren dat vooral:
-   Buikpijn
-   Obstipatie
-   Een bolle buik
-   Winderigheid
-   Overgeven
-   Een ijzertekort
-   Vermoeidheid
-   Humeurigheid
-   Concentratieproblemen
-   Een late puberteit
-   Menstruatie die uitblijft

Gastroenterology. 2017 Jun 15. pii: S0016-5085(17)35736-0. doi: 10.1053/j.gastro.2017.06.002. [Epub ahead of print]
Accuracy in Diagnosis of Celiac Disease Without Biopsies in Clinical Practice.
Werkstetter KJ1 et al

BACKGROUND & AIMS:
The guidelines of the European Society of Pediatric Gastroenterology, Hepatology, and Nutrition allow for diagnosis of celiac disease without biopsies in children with symptoms and levels of immunoglobulin A against tissue-transglutaminase (TGA-IgA) 10-fold or more the upper limit of normal (ULN), confirmed by detection of endomysium antibodies (EMA) and positivity for HLA-DQ2/DQ8. We performed a large, international prospective study to validate this approach.

METHODS:
We collected data from consecutive pediatric patients (18 years or younger) on a gluten-containing diet who tested positive for TGA-IgA from November 2011 through May 2014, seen at 33 pediatric gastroenterology units in 21 countries. Local centers recorded symptoms; measurements of total IgA, TGA, and EMA; and histopathology findings from duodenal biopsies. Children were considered to have malabsorption if they had chronic diarrhea, weight loss (or insufficient gain), growth failure, or anemia. We directly compared central findings from 16 antibody tests (8 for TGA-IgA, 1 for TGA-IgG, 6 for IgG against deamidated gliadin peptides, and 1 for EMA, from 5 different manufacturers) 2 HLA-DQ2/DQ8 tests from 2 manufacturers, and histopathology findings from the reference pathologist. Final diagnoses were based on local and central results. If all local and central results were concordant for celiac disease, cases were classified as proven celiac disease. Patients with only a low level of TGA-IgA (3-fold or less below the ULN) but no other results indicating celiac disease were classified as no celiac disease. Central histo-morphometry analyses were performed on all other biopsies and cases were carefully reviewed in a blinded manner. Inconclusive cases were regarded as not having celiac disease for calculation of diagnostic accuracy. The primary aim was to determine whether the non-biopsy approach identifies children with celiac disease with a positive predictive value (PPV) above 99% in clinical practice. Secondary aims included comparing performance of different serological tests and to determine whether the suggested criteria can be simplified.

RESULTS:
Of 803 children recruited for the study, 96 were excluded due to incomplete data, low level of IgA, or poor-quality biopsies. In the remaining 707 children (65.1% girls; median age, 6.2 years) 645 were diagnosed with celiac disease, 46 were found not to have celiac disease, and 16 had inconclusive results. Findings from local laboratories of TGA-IgA 10-fold or more the ULN, a positive result from the test for EMA, and any symptom identified children with celiac disease (n=399) with a PPV of 99.75 (95% CI, 98.61-99.99); the PPV was 100.00 (95% CI, 98.68-100.00) when only malabsorption symptoms were used instead of any symptom (n=278). Inclusion of HLA analyses did not increase accuracy. Findings from central laboratories differed greatly for patients with lower levels of antibodies, but when levels of TGA-IgA were 10-fold or more the ULN, PPVs ranged from 99.63 (95% CI, 98.67-99.96) to 100.00 (95% CI, 99.23-100.00).

CONCLUSIONS:
Children can be accurately diagnosed with celiac disease without biopsy analysis. Diagnosis based on level of TGA-IgA 10-fold or more the ULN, a positive result from the EMA tests in a second blood sample, and the presence of at least 1 symptom could avoid risks and costs of endoscopy for more than half the children with celiac disease worldwide. HLA analysis is not required for accurate diagnosis.

Clinical Trial Registration no: DRKS00003555.

PMID: 28624578 DOI: 10.1053/j.gastro.2017.06.002

Bron: Pubmed
(dit artikel was tijdelijk ingetrokken door de uitgever, en is nu opnieuw vrijgegeven voor publicatie, nadat de bijlagen zijn toegevoegd en een lange lijst met namen van personen die hebben deelgenomen aan het onderzoek)
Mijn zoon (19) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.