Auteur Topic: Collagene spruw lijkt op coeliakie, maar is toch iets anders  (gelezen 1105 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8691
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Collagene spruw lijkt op coeliakie, maar is toch iets anders
« Gepost op: september 05, 2016, 09:25:24 »
Vermoeidheid, gewichtsverlies, verlies van eetlust, buikpijn, misselijkheid, overgeven, obstipatie en diarree. Het zijn klachten die patiŽnten met coeliakie bekend in de oren zullen klinken. Maar er is een andere ziekte van de dunne darm die vergelijkbare symptomen geeft: collagene spruw. Deze ziekte wordt in de medische literatuur omschreven als de Ďlook-a-likeí van coeliakie.

Collagene spruw is zeldzaam. In medische artikelen zijn slechts 70 patiŽnten met deze aandoening beschreven. De ziekte treft vooral vrouwen op middelbare leeftijd of ouder, hoewel ook enkele babyís het hebben.

De term Ďcollageení wijst op de cellaag in de wand van de dunne darm (collageen band) die bij patiŽnten met deze aandoening op verschillende plekken verdikt is. Ook de darmvlokken zijn verdwenen, net als bij coeliakie, zodat de opname van voedingsstoffen in gevaar komt.

Terwijl bij coeliakiepatiŽnten de dunne darm kan herstellen door een glutenvrij dieet, is er voor patiŽnten met collagene spruw nog geen standaard behandeling. In verschillende gevallen wordt een glutenvrij dieet voorgeschreven, samen met medicijnen. Niet met een goed resultaat overigens, want een deel van de patiŽnten overlijdt door ondervoeding.

Een enkele patiŽnt met collagene spruw krijgt ten onrechte de diagnose Ďcoeliakieí. Bij zo'n patiŽnt zal het glutenvrije dieet geen verbetering brengen. Ook zijn er in dat geval geen coeliakie-antistoffen te vinden in het bloed, en de patiŽnt heeft niet standaard de genen die bij coeliakie horen. Reden voor het Amsterdamse VUmc om te betwijfelen of er Łberhaupt wel een relatie bestaat tussen coeliakie en collagene spruw, zoals tot dusverre werd aangenomen.

In de afgelopen vijf jaar heeft het VUmc vier patiŽnten met collagene spruw behandeld met het medicijn 'thioguanine' dat ook wordt voorgeschreven bij twee andere darmziekten, de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa. Dit medicijn onderdrukt de werking van het immuunsysteem. De resultaten zijn zo goed, dat het VUmc andere maagdarmleverartsen hiervan op de hoogte brengt in het tijdschrift BMJ Open Gastroenterology. Bij drie van de vier patiŽnten met collagene spruw verbeterde de conditie van de dunne darm, en bij alle vier verdwenen of verminderden de klachten. Dit geeft patiŽnten met collagene spruw nieuwe hoop op herstel.   

 
BMJ Open Gastroenterol. 2016 Jun 27;3(1):e000099. doi: 10.1136/bmjgast-2016-000099. eCollection 2016.
The first cases of collagenous sprue successfully treated with thioguanine.
van Gils T1, van de Donk T1, Bouma G1, van Delft F1, Neefjes-Borst EA2, Mulder CJ1.

OBJECTIVE:
Collagenous sprue (CS) is a rare form of small bowel enteropathy characterised by a thickened basement membrane and is, in most of the literature, reported as part of coeliac disease. Multiple treatment strategies are suggested in CS, but there is no standardised therapy. The aim of this series is to describe 4 cases of CS and to propose thioguanine (6-TG) treatment.

DESIGN:
We reviewed 4 cases of CS. Data were obtained from our prospective database of patients referred to our coeliac centre. Evaluation of small bowel biopsies was performed by an expert pathologist.

RESULTS:
None of the patients had ever had coeliac-specific antibodies, and all were negative for HLA-DQ2 and HLA-DQ8 phenotype. Three patients were treated with a combination of 6-TG and budesonide, and 1 patient received 6-TG only. All patients improved remarkably. Normalisation of the thickened basement membrane was found in 2 patients and complete histological improvement including full recovery of villi was found in 1 patient. In the third patient, the thickened basement membrane was only very focally recognised. The thickened membrane persisted in the last patient, probably because of the short time of follow-up.

CONCLUSIONS:
CS should be separated from coeliac disease. Based on the lack of typical HLA phenotyping and the absence of coeliac-specific antibodies, there seems to be no relation with coeliac disease in these 4 cases. A promising treatment option might be 6-TG with or without budesonide. Research in a larger cohort is needed to standardise treatment for CS.

PMID: 27486523 PMCID: PMC4947710 DOI: 10.1136/bmjgast-2016-000099

Bron: Pubmed
Mijn zoon (20) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.