Auteur Topic: Glutenprovocatie: minder zwaar dankzij I-FABP bloedtest  (gelezen 1349 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8585
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
Glutenprovocatie: minder zwaar dankzij I-FABP bloedtest
« Gepost op: mei 29, 2016, 14:37:33 »
Twee weken lang elke dag twee boterhammen eten. Meer hoeft niet, en langer ook niet, om aan te tonen dat iemand die al een periode glutenvrij eet, daadwerkelijk coeliakie heeft. Dit schrijft een groep wetenschappers in The American Journal of Gastroenterology. 

Coeliakie

Buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid, diarree, obstipatie, jeuk, depressief, vermoeid: het is een greep uit de klachten die coeliakiepatiŽnten ervaren als ze brood, koek of pasta eten. Ze kunnen niet tegen gluten, een eiwit in tarwe, rogge en gerst. Hun darmvlokken beschadigen zodra ze toch brood of koek met gluten eten.

Diagnose

Coeliakie aantonen gebeurt met een bloedtest en een darmonderzoek. De arts onderzoekt of in het bloed van de patiŽnt antistoffen tegen gluten aanwezig zijn. Ook wordt een darmonderzoek uitgevoerd, waarbij de arts kleine stukjes weefsel uit de dunne darm wegneemt (biopten), die onder de microscoop worden gelegd. Als de darmvlokken beschadigd zijn, of zelfs helemaal verdwenen, heeft de patiŽnt coeliakie.

Gluten eten

Coeliakie kan alleen worden aangetoond bij iemand die gewoon gluten eet. Wie besluit om glutenvrij te gaan eten, en later een diagnose wil, om vast te stellen of de klachten echt werden veroorzaakt door gluten, zal opnieuw gluten moeten eten. Dit heet een glutenprovocatie.

Glutenprovocatie

Een glutenprovocatie duurt zes weken tot drie maanden. In die tijd eet de patiŽnt een flinke dosis gluten, in de vorm van brood, koek, pasta etc. Hierdoor beschadigen de darmen opnieuw, en ontstaan antistoffen tegen gluten in het bloed. Opnieuw gluten eten valt een deel van de coeliakiepatiŽnten zwaar, omdat de klachten in alle hevigheid terugkomen. Een lange periode veel gluten eten wordt dan een zware beproeving. Sommigen beginnen er bij voorbaat niet aan, anderen haken af door klachten als overgeven en diarree. Niet bij iedereen geeft herintroductie van gluten zoín heftige reactie. Er zijn ook mensen die milde klachten ervaren, of zelfs helemaal geen klachten.

Nieuw: I-FABP meten

In het bloed kan de concentratie worden gemeten van een klein eiwit dat vrijkomt zodra de darmcellen beschadigen. Dit eiwit heet Ďintestinal- fatty acid binding proteiní ofwel I-FABP. Uit eerder onderzoek is gebleken dat nieuw gediagnosticeerde coeliakiepatiŽnten een hogere concentratie I-FABP in hun bloed hebben dan gezonde personen. Zodra coeliakiepatiŽnten glutenvrij gaan eten, daalt de concentratie van I-FABP in het bloed. Dit betekent dat de dunne darmwand zich weer herstelt, waardoor de patiŽnt zich beter zal voelen.

Recent onderzoek

Een team wetenschappers uit Nederland (van het Maastricht University Medical Center), de VS en Duitsland liet 20 Amerikaanse coeliakiepatiŽnten opnieuw gluten eten. Ze wilden weten of I-FABP gemeten in het bloed een goede maat is voor de darmschade die ontstaat. Tien coeliakiepatiŽnten aten gedurende twee weken elke dag twee boterhammen (3 gram gluten), de andere tien aten vijf boterhammen (7,5 gram gluten). Bij 80% van de patiŽnten was na twee weken de concentratie I-FABP omhoog gegaan. Ter vergelijking: de antistoffen (TTG en DGP) in het bloed gaan ook omhoog (bij 85% van de patiŽnten), maar dat duurt langer, vier weken. Opmerkelijk was dat het niet uitmaakte hoeveel gluten de patiŽnt at, twee boterhammen of vijf. In allebei de gevallen ontstaat darmschade (wat zich uit in kortere darmvlokken en meer ontstekingscellen). Ook maakte het niet uit hoe lang iemand al glutenvrij at (vier jaar of korter).

Antistoffen en I-FABP

De al langer bestaande antistoffentest is geschikt om coeliakie te diagnosticeren. Maar voor het uitvoeren van een glutenprovocatie gooit I-FABP hogere ogen. Antistoffen (TTG en DGP) doen er langer over voordat ze omhoog gaan (4 weken vanaf het moment dat iemand gluten gaat eten, tegenover 2 weken voor I-FABP), en dat gebeurt alleen bij een flinke hoeveelheid gluten (beduidend meer dan 5 gram, terwijl bij I-FABP ook 3 gram volstaat). Bovendien zijn er coeliakiepatiŽnten bij wie de antistoffen niet verhoogd zijn, maar bij wie de darmen toch beschadigd zijn. De dieettrouw van coeliakiepatiŽnten is niet zo goed af te lezen aan de hoogte van de antistoffen.

Toepassing I-FABP

Het meten van I-FABP kan worden ingezet bij een glutenprovocatie:
-   voor een patiŽnt die al glutenvrij eet
-   voor een patiŽnt die antistoffen in het bloed heeft, maar bij wie darmschade niet aantoonbaar is
-   om de werking van coeliakie beter te begrijpen
-   om de hoeveelheid gluten die coeliakiepatiŽnten verdragen vast te stellen
-   om de werking van nieuwe therapieŽn en medicijnen vast te stellen 
-   etc.

Kanttekening

Schade aan de slijmlaag van de dunne darm kan ook een andere oorzaak hebben, los van coeliakie. Dit is iets om rekening mee te houden, schrijven de onderzoekers.

Hoe nu verder

I-FABP is een belofte voor de toekomst. Voor de arts, de patiŽnt en de onderzoeker. Maar het zal nog wel een paar jaar duren voordat het wordt vertaald naar de praktijk. Er is vervolgonderzoek nodig, bij grotere groepen patiŽnten, in diverse situaties, om de bruikbaarheid en waarde van dit kleine eiwit verder te onderzoeken.

 
Am J Gastroenterol. 2016 May 17. doi: 10.1038/ajg.2016.162. [Epub ahead of print]
Serum I-FABP Detects Gluten Responsiveness in Adult Celiac Disease Patients on a Short-Term Gluten Challenge.
Adriaanse MP1, Leffler DA2, Kelly CP2, Schuppan D2,3, Najarian RM4, Goldsmith JD4, Buurman WA5, Vreugdenhil AC1.

OBJECTIVES:
Response to gluten challenge (GC) is a key feature in diagnostic algorithms and research trials in celiac disease (CD). Currently, autoantibody titers, late responders to GC, and invasive duodenal biopsies are used to evaluate gluten responsiveness. This study investigated the accuracy of serum intestinal-fatty acid binding protein (I-FABP), a marker for intestinal epithelial damage, to predict intestinal damage during GC in patients with CD.

METHODS:
Twenty adult CD patients in remission underwent a two-week GC with 3 or 7.5 g of gluten daily. Study visits occurred at day -14, 0, 3, 7, 14, and 28. Serum I-FABP, antibodies to tissue transglutaminase (tTG-IgA), deamidated gliadin peptides (IgA-DGP), and anti-actin (AAA-IgA) were assessed at each visit. Villous-height to crypt-depth ratio (Vh:Cd) and intraepithelial lymphocyte (IEL) count were evaluated at day -14, 3, and 14. Forty-three CD-serology negative individuals were included to compare serum I-FABP levels in CD patients on a gluten-free diet (GFD) with those in healthy subjects.

RESULTS:
Serum I-FABP levels increased significantly during a two-week GC. In contrast, the most pronounced autoantibody increase was found at day 28, when patients had already returned to a GFD for two weeks. IgA-AAA titers were only significantly elevated at day 28. I-FABP levels and IEL count correlated at baseline (r=0.458, P=0.042) and at day 14 (r=0.654, P=0.002) of GC. Neither gluten dose nor time on a GFD influenced I-FABP change during GC.

CONCLUSIONS:
Serum I-FABP levels increased significantly during a two-week GC in adult CD patients and correlated with IEL count. The data suggest that serum I-FABP is an early marker of gluten-induced enteropathy in celiac patients and may be of use in both clinical and research settings.

Am J Gastroenterol advance online publication, 17 May 2016; doi:10.1038/ajg.2016.162.

PMID: 27185075 [PubMed - as supplied by publisher]
 
Mijn zoon (19) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.