Auteur Topic: PotentiŽle coeliakie: wel of geen glutenvrij dieet?  (gelezen 1789 keer)

tine

  • Gold Member
  • Berichten: 8765
  • Geslacht: Vrouw
  • Nulglutendieet
PotentiŽle coeliakie: wel of geen glutenvrij dieet?
« Gepost op: december 10, 2015, 12:04:35 »
Wat te doen als je ĎpotentiŽle coeliakieí hebt? Zo heet de conditie waarbij er wel antistoffen aanwezig zijn in het bloed (TTG en EMA), maar de darmen niet beschadigd zijn (Marsh 0 en 1). Ga je glutenvrij eten, of wacht je daarmee tot je darmen verder achteruitgaan? En hoe groot is het risico dat ĎpotentiŽle coeliakieí zich uiteindelijk toch ontwikkelt tot Ďactieve coeliakieí?

Italiaanse artsen uit Bologna houden zich al jaren met dit onderwerp bezig. Ze volgden 77 volwassen patiŽnten met potentiŽle coeliakie tussen 2004 en 2013. Wie klachten had, kreeg het advies om glutenvrij te eten. En wie geen klachten had, bleef gewoon eten. In totaal hadden 61 Italianen klachten en symptomen die passen bij coeliakie: diarree, gewichtsverlies, ijzertekort, een tekort aan foliumzuur, beginnende botontkalking, aften, verhoogde leverwaarden, prikkelbare darmen, reflux en herhaalde miskramen. Een glutenvrij dieet resulteerde in vermindering van deze klachten, al bleven sommige mensen last houden van prikkelbare darmen en reflux. Drie van de vijf vrouwen die eerder miskramen hadden, werden zwanger. Bij de meeste patiŽnten verdwenen de aften. Voedingstekorten (ijzer en foliumzuur) herstelden. Bij 7 van de 11 personen met een verhoogde leverwaarde werkte de lever na verloop van tijd weer normaal. De 10 patiŽnten met diarree die afvielen, kregen door het glutenvrije dieet weer een normale ontlasting en kwamen in gewicht aan.

Naast de groep met klachten (61) hielden de artsen ook de groep zonder klachten goed in de gaten, 16 in totaal. Slechts 1 persoon kreeg coeliakie: de antistoffen schoten na twee jaar omhoog, de darmen raakten beschadigd, en de patiŽnt had last van diarree, in combinatie met een ijzertekort.

Tussen de twee groepen,  met en zonder klachten, waren kleine verschillen. Over het algemeen was de groep met klachten iets ouder (36 jaar tegenover 21 jaar), en had vaker een auto-immuunziekte (36% tegenover 5%), met name Hashimoto (schildklierziekte), diabetes type 1, alopecia areata (kale plekken op de hoofdhuid) en psoriasis (huidziekte). Andere factoren maakten geen verschil, zoals man/ vrouw, de hoogte van de antistoffen, de HLA-genen, de mate van darmschade (Marsh 0 of 1), en een familielid met coeliakie.

Bij alle patiŽnten met potentiŽle coeliakie waren de antistoffen licht verhoogd, tot twee maal de normaalwaarde. De artsen schrijven dat ook bij kinderen soms verhoogde antistoffen worden gevonden, zonder dat op de lange duur coeliakie ontstaat. Daarom zijn en blijven ze voorstander van het voorschrijven van een glutenvrij dieet uitsluitend voor patiŽnten met klachten, maar niet voor de groep zonder klachten. Wel vinden ze het verstandig om in de gaten te houden wat er op lange termijn gebeurt. Bij de Italiaanse groep zonder klachten hielden 10 personen ook na enkele jaren verhoogde antistoffen, bij 4 anderen verdwenen de antistoffen, en bij 1 persoon gingen de waardes op en neer. Gedurende de looptijd van het onderzoek ontwikkelden deze 15 personen geen coeliakie.

De omgang met potentiŽle coeliakiepatiŽnten is vooral van belang in het kader van bevolkingsonderzoek en familiescreening. Ook al heeft 0,5 tot 1% van de bevolking antistoffen die gerelateerd zijn aan coeliakie (TTG en EMA) en ook al hebben familieleden van coeliakiepatiŽnten een verhoogde kans op coeliakie (ongeveer 5%), uiteindelijk zal niet iedereen met antistoffen in het bloed beschadigde darmen hebben, samen met aan coeliakie gerelateerde klachten die een glutenvrij dieet noodzakelijk maken.


Clin Gastroenterol Hepatol. 2015 Oct 29. pii: S1542-3565(15)01491-3. doi: 10.1016/j.cgh.2015.10.024. [Epub ahead of print]
Features and Progression of Potential Celiac Disease in Adults.
Volta U1, Caio G2, Giancola F2, Rhoden KJ2, Ruggeri E2, Boschetti E2, Stanghellini V2, De Giorgio R2.

BACKGROUND & AIMS:

Individuals with potential celiac disease have serologic and genetic markers of the disease with little or no damage to the small intestinal mucosa. We performed a prospective study to learn more about disease progression in these people.

METHODS:

We collected data from 77 adults (59 female; median age, 33 years) diagnosed with potential celiac disease (based on serology and HLA type) at Bologna University, in Italy, from 2004 through 2013. The subjects had normal or slight inflammation of the small intestinal mucosa. Clinical, laboratory, and histologic parameters were evaluated at diagnosis and during a 3-year follow-up period.

RESULTS:

Sixty-one patients (46 female; median age, 36 years) showed intestinal and extra-intestinal symptoms, whereas the remaining 16 (13 female; median age, 21 years) were completely asymptomatic at diagnosis. All subjects tested positive for immunoglobulin (Ig)A endomysial antibody and tissue transglutaminase antibody, except for 1 patient with IgA deficiency; 95% of patients were carriers of HLA-DQ2. Duodenal biopsies from 26% patients had a Marsh score of 0 and 74% had a Marsh score of 1. A higher proportion of symptomatic patients had autoimmune disorders (36%) and antinuclear antibodies (41%) than asymptomatic patients (5% and 12.5%, respectively), and symptomatic patients were of older age at diagnosis (P<.05). Gluten withdrawal led to a significant clinical improvement in all 61 symptomatic patients. The 16 asymptomatic patients continued on gluten-containing diets and only 1 developed mucosal flattening; levels of anti-endoymsial and tissue transglutaminase antibodies fluctuated in 5 of these patients or became undetectable.

CONCLUSIONS:

In a 3 year study of adults with potential celiac disease, we found most to have symptoms, but these improved upon gluten withdrawal. Conversely, we do not recommend a gluten-free diet for asymptomatic adults with potential celiac disease, since they do not tend to develop villous atrophy.

Bron: pubmed
Mijn zoon (20) en ik eten allebei glutenvrij. Wij zijn extreem gevoelig voor sporen van gluten (via besmetting, tarwe-derivaten en hulpstoffen). Ik ben wetenschapsredacteur voor het Glutenvrij Magazine van de NCV.