Recente berichten

Pagina's: [1] 2 3 ... 10
1
Coeliakie in de publiciteit en onderzoeken / Komt er in de toekomst een medicijn voor coeliakie?
« Laatste bericht door tine Gepost op mei 24, 2020, 17:25:30  »
De Noorse immunoloog Ludvig Sollid, ťťn van de meest vooraanstaande coeliakie-onderzoekers in de wereld,  is er vast van overtuigd dat er een medicijn zal komen voor de behandeling van coeliakie. In de toekomst zal het glutenvrij dieet niet meer de enige behandeling zijn. Op dit moment worden zoín 30 verschillende medicijnen getest in verschillende landen. In de helft van de gevallen vinden experimenten plaats in het lab (preklinisch), in andere gevallen vinden experimenten plaats onder coeliakiepatiŽnten. Duimen en hopen dat er iets goeds uitrolt, zegt Ludvig Sollid tijdens een lezing over toekomstige nieuwe behandelingen voor coeliakie. Het zal nog wel jaren duren voordat coeliakiepatiŽnten er iets aan hebben.

De lezing was bedoeld voor het jaarlijkse coeliakie wetenschapscongres in Groot-BrittaniŽ van de coeliakievereniging Coeliac UK. Vanwege het coronavirus werd de lezing online gepubliceerd.

Sollid wil een nieuwe weg inslaan voor het testen van medicijnen onder coeliakiepatiŽnten. In plaats van het rapporteren van klachten en symptomen door patiŽnten pleit hij voor het meten van Ďbiomarkersí: stofjes in het bloed waarvan de concentratie sterk omhoog gaat als een coeliakiepatiŽnt gluten eet. Medicijnen die zoín immuunreactie kunnen dempen hebben de beste papieren.
Klachten van patiŽnten zijn geen goede graadmeter voor experimenten met medicijnen, meent hij. Mogelijk reageren coeliakiepatiŽnten ook op Fodmaps in het eten, en dat vertroebelt de uitkomsten. Daarnaast ervaren veel coeliakiepatiŽnten die een placebo krijgen (een neppil) ook vaak meer of juist minder klachten, alleen al door de psychische druk van het experiment. Hierdoor zijn ervaringen van patiŽnten minder bruikbaar.

Hier kun je de hele lezing volgen:
https://www.coeliac.org.uk/research/our-approach/research-conference/2020/will-the-treatment-always-be-just-a-gluten-free-diet-whats-on/?preview=true
2
Als de bloedtest (TTG) negatief is als je al lange tijd glutenvrij eet, hou je je dan goed aan het dieet? Krijg je niet te veel gluten binnen? Veel coeliakiepatiŽnten verwachten dat een negatieve bloedtest ook automatisch zegt dat ze hun dieet goed volgen en dat hun darmen hersteld zijn. Maar helaasÖ. dat kan die bloedtest helemaal niet voorspellen. Van de mensen met een negatieve bloedtest heeft 50 % toch nog beschadigde darmen (Marsh 3). En dat gaat soms gepaard met klachten, soms niet. De meeste coeliakiepatiŽnten die al lange tijd een glutenvrij dieet volgen en toch nog beschadigde darmen hebben (Marsh 3) hebben een normale bloedtest. Dat had je vast niet verwacht! 

Positieve bloedtest bij een glutenvrij dieet

Als je al lange tijd glutenvrij eet en je bloedtest is of blijft positief, zegt dat wel iets: je hebt een grotere kans dat je darmen nog beschadigd zijn (Marsh 3). Daar hoef je in het dagelijks leven niets van te merken. Helaas is er geen goed verband tussen de hoogte van de antistoffen, de conditie van je darmen en het optreden van symptomen. Als je een grote hoeveelheid gluten binnenkrijgt, heb je de meeste kans op misselijkheid, vermoeidheid en hoofdpijn. Bij een kleinere hoeveelheid gluten heb je vaak andere klachten of minder ernstige klachten.

Bloedtest voor de diagnose van coeliakie

Van oorsprong is de TTG bloedtest bedoeld voor de diagnose van coeliakie. Als je bloed positief is voor TTG antistoffen is je kans op coeliakie ongeveer 95% (bij het vermoeden van coeliakie). En dat is een bijzonder hoge score voor een klinische test. Voor de diagnose van coeliakie is de TTG bloedtest dus heel geschikt. Voor de follow-up minder.

Hoeveel gluten krijg je binnen?

De bedoeling is dat je op een dag maximaal 10 mg gluten binnenkrijgt. En dat is nog best lastig. Voordat je het weet zit je daar overheen, blijkt uit nieuwe testen. De GIP test meet via urine of ontlasting of een coeliakiepatiŽnt te veel gluten eet. Gemiddeld eten coeliakiepatiŽnten maar liefst 240 tot 360 mg gluten per dag. Dat is dus veel te veel. En 3 tot 19 % maakt het nog bonter en krijgt 600 mg gluten binnen. Uit een ander onderzoek, het Ďdoggy bagí onderzoek (waarbij de deelnemers bij het ziekenhuis een zakje eten inleverden waar precies hetzelfde in zat als wat zij op die dag aten), blijkt dat het eten van coeliakiepatiŽnten in 40% van de gevallen meer dan 20 ppm gluten bevat en in 20 % zelfs meer dan 200 ppm. Het blijkt dus best lastig om minder dan 10 mg gluten op een dag binnen te krijgen. 

Bron: https://www.coeliac.org.uk/research/our-approach/research-conference/2020/persisting-symptoms-poly-diagnoses-personalised-diet--houston/?preview=true

Zie ook deze twee eerdere berichten op het forum
- http://www.coeliakieforum.nl/index.php?topic=25786.msg657656#msg657656
- http://www.coeliakieforum.nl/index.php?topic=25462.msg655017#msg655017
3
Veel kinderen met coeliakie groeien niet zo goed. Een deel van de coeliakiepatiŽntjes wordt er daarom bij het consultatiebureau al uitgelicht, omdat hun groeicurve afvlakt. Zweedse onderzoekers wilden weten of je een slechtere groei ook al kon zien bij mannen die op volwassen leeftijd de diagnose coeliakie kregen. Misschien groeiden ze als kind al minder goed. Maar nee, ze zijn net zo groot en net zo zwaar als leeftijdgenoten, zowel op kinderleeftijd als op volwassen leeftijd. Ik ben benieuwd of dit ook voor meisjes geldt. 

J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2020 Jun;70(6):853-857.
 doi: 10.1097/MPG.0000000000002682.
Growth and Pubertal Timing in Boys With Adult-diagnosed Celiac Disease: A Population-based Longitudinal Cohort Study
Karl MŚrild 1 2, Claes Ohlsson 3, Maria Bygdell 3, Jari Martikainen 4, Lars Sšvendahl 5 6, Ketil StÝrdal 7 8, Jenny M Kindblom 3

There are few longitudinal data on whether childhood growth and pubertal timing may be impaired by adult-diagnosed celiac disease (CD). Through school health care records and national registers, we retrieved serial growth measurements on 37,672 Swedish boys born in 1945 to 1961, out of whom 72 (0.2%) were clinically diagnosed with CD as adults. Boys with, versus without, adult-diagnosed CD exhibited no appreciable mean differences in body mass index (BMI, kg/m) and height (cm) at ages 8 or 20 to 21 years (childhood BMI, 15.9 [CD] vs 15.7 [comparators]; childhood height, 129.1 [CD] vs 128.6 [comparators]; adult BMI, 21.3 [CD] vs 21.4 [comparators]; adult height, 180.7 [CD] vs 180.4 [comparators]). Neither did we observe any between-group differences in growth development during puberty nor in the timing of pubertal growth spurt (all P values ≥0.30). Conclusively, in this population-based longitudinal study, boys with adult-diagnosed CD had similar growth and pubertal timing as their peers.

ē   PMID: 32443046
 
ē   DOI: 10.1097/MPG.0000000000002682

4
Coeliakie in de publiciteit en onderzoeken / Coeliakie, de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa
« Laatste bericht door tine Gepost op mei 20, 2020, 20:56:48  »
Soms komt coeliakie niet alleen. En blijven er darmklachten. Dat kan een signaal zijn dat een (andere) ontstekingsziekte in de darmen actief is: de ziekte van Crohn of Colitis ulcerosa. Uit een analyse van de medische literatuur blijkt dat coeliakiepatiŽnten 10 keer zoveel kans hebben om de ziekte van Crohn of Colitis ulcerosa te ontwikkelen, in vergelijking met mensen zonder coeliakie. Andersom hebben patiŽnten met Crohn of Colitis 4 keer zoveel kans op coeliakie. Er is meer onderzoek nodig om deze ziekten in een vroeg stadium op te sporen, schrijven Canadese artsen in het tijdschrift Gastroenterology.


Gastroenterology 2020 May 8; Online ahead of print.
Association Between Inflammatory Bowel Diseases and Celiac Disease: A Systematic Review and Meta-Analysis
Maria Ines Pinto-Sanchez 1, Caroline L Seiler 1, Nancy Santesso 2, Armin Alaedini 3, Carol Semrad 4, Anne R Lee 3, Premysl Bercik 1, Benjamin Lebwohl 3, Daniel A Leffler 5, Ciaran P Kelly 5, Paul Moayyedi 1, Peter H Green 3, Elena F Verdu 6
 
Background & aims:

There is controversy over the association between celiac disease and inflammatory bowel diseases (IBD). We performed a systematic review and meta-analysis to assess evidence for an association between celiac disease and IBD.

Methods:

We searched databases including MEDLINE, EMBASE, CENTRAL, Web of Science, CINAHL, DARE, and SIGLE through June 25, 2019 for studies assessing the risk of celiac disease in patients with IBD, and IBD in patients with celiac disease, compared with controls of any type. We used the Newcastle-Ottawa Scale to evaluate the risk of bias and GRADE to assess the certainty of the evidence.

Results:

We identified 9791 studies and included 65 studies in our analysis. Moderate certainty evidence found an increased risk of celiac disease in patients with IBD vs controls (relative risk [RR], 3.96; 95% CI, 2.23-7.02) and increased risk of IBD in patients with celiac disease vs controls (RR, 9.88; 95% CI, 4.03-24.21). There was low-certainty evidence for the risk of anti-Saccharomyces antibodies, a serologic marker of IBD, in patients with celiac disease vs controls (RR, 6.22; 95% CI, 2.44-15.84). There was low certainty evidence for no difference in risk of HLA-DQ2 or DQ8 in patients with IBD vs controls (RR, 1.04; 95% CI, 0.42-2.56), and very low certainty evidence for an increased risk of anti-tissue transglutaminase in patients with IBD vs controls (RR, 1.52; 95% CI, 0.52-4.40). Patients with IBD had a slight decrease in risk of anti-endomysial antibodies vs controls (RR, 0.70; 95% CI, 0.18-2.74), but these results are uncertain.

Conclusions:

In a systematic review and meta-analysis, we found an increased risk of IBD in patients with celiac disease and increased risk of celiac disease in patients with IBD, compared with other patient populations. High-quality prospective cohort studies are needed to assess the risk of celiac disease-specific and IBD-specific biomarkers in patients with IBD and celiac disease.

PMID: 32416141 doi: 10.1053/j.gastro.2020.05.016.
5
Coeliakie in de publiciteit en onderzoeken / Re: Glutenvrij meel voor coeliakiepatiŽnten in JordaniŽ
« Laatste bericht door tine Gepost op mei 20, 2020, 20:31:01  »
Ook de Ierse coeliakievereniging verspreidt honderden voedselpakketten onder ouderen met coeliakie die hun huis niet kunnen verlaten.

https://www.celiac.com/articles.html/irish-celiac-group-delivers-free-covid-19-care-packs-to-needy-members-r5170/
6
Coeliakie in de publiciteit en onderzoeken / Videobellen met mdl-arts wordt populair
« Laatste bericht door tine Gepost op mei 20, 2020, 20:09:02  »
Videobellen met de arts. Een e-mail sturen. PatiŽnten draaien er in deze tijd hun hand niet meer voor om. Corona heeft het elektronische berichtenverkeer tussen artsen en patiŽnten een impuls gegeven. Dat schrijven Italiaanse maagdarmleverartsen, die veel patiŽnten nu Ďonlineí tegenkomen in plaats van in hun spreekkamer. Ze vroegen coeliakiepatiŽnten naar hun ervaringen van de afgelopen periode. De meeste coeliakiepatiŽnten voelen zich niet kwetsbaarder dan mensen zonder coeliakie. Ook is er nog genoeg te eten te vinden. Drie groepen maken zich wat meer zorgen: ouderen, patiŽnten met andere ziektes naast coeliakie, en vrouwen. Consulten Ďop afstandí worden door coeliakiepatiŽnten gewaardeerd, ze vragen er zelf om, omdat ze in deze tijd liever niet naar het ziekenhuis gaan.



Dig Liver Dis. 2020 May 16. doi: 10.1016/j.dld.2020.05.014. Online ahead of print.
COVID-19 Pandemic Perception in Adults With Celiac Disease: An Impulse to Implement the Use of Telemedicine: COVID-19 and CeD
Monica Siniscalchi 1, Fabiana Zingone 2, Edoardo Vincenzo Savarino 2, Anna D'Odorico 2, Carolina Ciacci 1

Background: Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) causes severe complications and deaths all over the world. COVID-19 also has indirect effects from the lockdown and the possible lack of food. We aimed to evaluate the perception of this in Celiac Disease (CeD) patients who require a lifelong gluten-free diet as a therapy.

Methods: We invited by e-mail CeD adult patients from the University of Salerno (Campania, South Italy) and the University of Padua (Veneto, North Italy) to answer an ad hoc COVID-19 survey.

Results: We sent the web survey to 651 email addresses and we received 276 answers (42,4%). CeD patients did not feel more vulnerable because they had CeD (not at all 56.6%)and they did not worry much about the possible shortness of gluten-free food during the epidemic(not at all 48.5%)The most worried were the elderly patients, patients with other comorbidities and females. Finally, CeD patients were happy with remote consultations and explicitly asked to have them.

Discussion: The COVID-19 pandemic has impacted a proportion of patients with CeD; in particular, women, elderly patients, patients with other comorbidities. COVID-19, although a challenging experience from the medical and the psychological point of view, has offered an opportunity to practice, on a large-scale, a remote consultation approach for CeD healthcare.

PMID: 32425731 PMCID: PMC7229921 DOI: 10.1016/j.dld.2020.05.014
7
Coeliakie in de publiciteit en onderzoeken / Glutenvrij meel voor coeliakiepatiŽnten in JordaniŽ
« Laatste bericht door tine Gepost op mei 19, 2020, 14:03:49  »
In JordaniŽ, een land met ruim 10 miljoen inwoners, wordt glutenvrij meel gratis bij coeliakiepatiŽnten aan de deur bezorgd door de coeliakievereniging in samenwerking met het leger. Geregistreerde coeliakiepatiŽnten hoeven tijdens de lockdown vanwege corona niet zonder eten te zitten.

https://gastrores.org/index.php/Gastrores/article/view/1290/1294
8
Omdat sinds 2018 de genen van tarwe bekend zijn, kunnen plantonderzoekers de stukjes DNA eruit knippen die coeliakiepatiŽnten ziek maken. Dat is een heidens karwei. Het DNA van tarwe is namelijk zes keer zo omvangrijk als dat van de mens. Maar met een nieuwe techniek, Crispr/Cas9, is het mogelijk om de eigenschappen van tarwe te veranderen. De universiteit Wageningen heeft met behulp van deze techniek al enkele tarweplanten geteeld die minder toxisch zijn voor mensen met coeliakie. Nog lang niet veilig, daar zijn meer generaties planten voor nodig, en het DNA moet nog verder aangepast worden. Het duurt zeker 15 tot 20 jaar voordat coeliakiepatiŽnten hun tanden in glutenvrij tarwebrood kunnen zetten. Waar die tarwe straks allemaal aan moet voldoen, is iets waar plantonderzoekers nu al mee bezig zijn. Promotie-onderzoeker Aurelie Jouanin beschrijft in haar proefschrift tegen welke meetlat de nieuwe tarwe gelegd moet worden.

DNA analyse

Analyse van het DNA van de nieuwe tarwe moet aan het licht brengen of de gliadine genen succesvol verwijderd zijn of onschadelijk gemaakt zijn. Het lichaam van coeliakiepatiŽnten reageert het heftigst op de gliadine eiwitten in tarwe. De opzet is om de glutenine eiwitten, een ander type eiwitten dat het immuunsysteem van coeliakiepatiŽnten minder zwaar belast, grotendeels intact te laten. De glutenine eiwitten zorgen voor de goede bakeigenschappen van tarwe.

Eiwit analyse

Analyse van de eiwitten in tarwe moet aantonen dat de juiste eiwitten zijn weggehaald of veranderd.

Brood kwaliteit

Valt er een lekker broodje te bakken met de nieuwe tarwe? Daar zijn bakexperimenten voor nodig.

Immuunreactie coeliakiepatiŽnten

Reageert het immuunsysteem van coeliakiepatiŽnten op de nieuwe tarwe? Dat valt uit te zoeken in het lab, waar cellen uit biopten van coeliakiepatiŽnten in contact gebracht kunnen worden met de nieuwe tarwe.

Onderzoek onder patiŽnten

Zijn alle voorgaande stappen met succes doorlopen, dan breekt de volgende fase aan: een experiment onder coeliakiepatiŽnten die het nieuwe tarwebrood gaan uitproberen. Krijgen ze er klachten van? Blijven de antistoffen in hun bloed gelijk, of gaan ze omhoog? Blijven de darmvlokken intact, of gaan ze achteruit? En verandert de darmflora van de proefpersonen in gunstige of ongunstige zin?

Regelgeving EU

Wat de onderzoekers nog de meeste kopzorgen geeft, is dat de EU (nog) niet toestaat dat Crispr/Cas9 wordt gebruikt om het DNA van tarwe of andere planten aan te passen. In andere landen zoals de VS en Canada mag dat wel.

Etikettering

Uiteindelijk zal op het etiket van nieuwe dieetproducten duidelijk aangegeven moeten worden welke tarwe gebruikt is en of het geschikt is in een glutenvrij dieet.


Front Nutr. 2020 Apr 24;7:51. doi: 10.3389/fnut.2020.00051. eCollection 2020.
CRISPR/Cas9 Gene Editing of Gluten in Wheat to Reduce Gluten Content and Exposure-Reviewing Methods to Screen for Coeliac Safety.
Jouanin A1,2, Gilissen LJWJ1,3, Schaart JG1, Leigh FJ2, Cockram J2, Wallington EJ2, Boyd LA2, van den Broeck HC3, van der Meer IM3, America AHP3, Visser RGF1, Smulders MJM1.

Ingestion of gluten proteins (gliadins and glutenins) from wheat, barley and rye can cause coeliac disease (CD) in genetically predisposed individuals. The only remedy is a strict and lifelong gluten-free diet. There is a growing desire for coeliac-safe, whole-grain wheat-based products, as consumption of whole-grain foods reduces the risk of chronic diseases. However, due to the large number of gluten genes and the complexity of the wheat genome, wheat that is coeliac-safe but retains baking quality cannot be produced by conventional breeding alone. CD is triggered by immunogenic epitopes, notably those present in α-, γ-, and ω-gliadins. RNA interference (RNAi) silencing has been used to down-regulate gliadin families. Recently, targeted gene editing using CRISPR/Cas9 has been applied to gliadins. These methods produce offspring with silenced, deleted, and/or edited gliadins, that overall may reduce the exposure of patients to CD epitopes. Here we review methods to efficiently screen and select the lines from gliadin gene editing programs for CD epitopes at the DNA and protein level, for baking quality, and ultimately in clinical trials. The application of gene editing for the production of coeliac-safe wheat is further considered within the context of food production and in view of current national and international regulatory frameworks.

PMID: 32391373 PMCID: PMC7193451 DOI: 10.3389/fnut.2020.00051

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7193451/

9
Sommige patiŽnten krijgen van hun arts te horen dat ze ĎpotentiŽle coeliakieí hebben. In hun bloed zijn antistoffen te vinden die wijzen op coeliakie. Maar uit een darmonderzoek blijkt dat hun dunne darm er gezond uitziet (Marsh 0). Hooguit zijn er wat extra ontstekingscellen te vinden (Marsh 1).

Het eenvoudigst is het als de bloedtest en het darmonderzoek allebei dezelfde kant op wijzen: zijn ze allebei positief, dan heb je coeliakie. En zijn ze allebei negatief, dan heb je geen coeliakie. Maar in de praktijk komen allerlei bijzondere situaties voor. Mensen die geen coeliakie antistoffen hebben in hun bloed, maar wel darmschade (dat wordt seronegatieve coeliakie genoemd). Daarnaast zijn er mensen die wel antistoffen in hun bloed hebben, maar geen darmschade. Dit heet potentiŽle coeliakie, in het verleden ook wel 'latente coeliakie' genoemd. PotentiŽle coeliakie betekent: misschien heb je coeliakie, misschien niet. Het plaatje is in elk geval niet helemaal duidelijk.

Hoeveel mensen hebben potentiŽle coeliakie?

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 20 % van de coeliakiepatiŽnten ĎpotentiŽle coeliakieí heeft. Het komt dus best vaak voor. Van alle 138 coeliakiepatiŽnten die in 2019 in het Addenbrookeís ziekenhuis in Cambridge de diagnose coeliakie kregen, had 16 % potentiŽle coeliakie en 4 % seronegatieve coeliakie. Het merendeel, 80%, had Ďgewooní coeliakie.

Is de bloedtest vals-positief?

Misschien is de bloedtest vals-positief. De bloedtest om coeliakie aan te tonen is wel goed, maar niet perfect. De betrouwbaarheid van de bloedtest is hoog en ligt rond 95 % (bij mensen die verdacht worden van coeliakie). Dit betekent dat bij 100 mensen met een positieve bloedtest er 95 echt coeliakie hebben en 5 niet. De bloedtest kan dus vals-positief zijn. Daarnaast zijn er tientallen fabrikanten van bloedtesten die TTG antistoffen meten; er is niet ťťn standaard bloedtest. Er kunnen dus ook verschillende uitkomsten uitrollen voor dezelfde patiŽnt.

Is het biopt vals-negatief?

De uitkomst van de biopten kan vals-negatief zijn. De biopten zeggen veel, maar niet alles. De dunne darm is niet over de hele lengte gelijkmatig ontstoken. De ontsteking begint vooraan bij de dunne darm (bij de twaalfvingerige darm ofwel het duodenum). Daar zijn kleine ontstekingshaarden te vinden. Die zijn als vlekken verdeeld over de darmwand, zoals bij een panter. De arts neemt tijdens een gastroscopie vrij willekeurig een paar stukjes weefsel weg, omdat hij of zij met het blote oog niet kan zien waar de ontstekingen zitten. Bij dezelfde coeliakiepatiŽnt kan het ene stukje weefsel alle kenmerken vertonen van coeliakie en het andere stukje niet. Zelfs binnen ťťn stukje darmweefsel kan de ene plek er gezond uitzien en de andere niet. Of de biopten worden verkeerd Ďin plakjes gesnedení zodat de patholoog niet een goede dwarsdoorsnede krijgt. Ook kunnen pathologen biopten verschillend beoordelen. In een paar procent van de gevallen beoordeelt de ene patholoog de biopten als normaal (Marsh 0), terwijl collegaís wel degelijk darmschade zien (van Marsh 1 tot Marsh 3). Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen, neemt de arts minimaal 4 biopten uit het begin van de dunne darm. Maar zelfs dan kan de arts de ontstoken plekjes missen die kenmerkend zijn voor coeliakie.

Eet je voldoende gluten?

Sommige patiŽnten zijn al begonnen met een glutenvrij dieet of eten te weinig gluten, waardoor het darmonderzoek niet betrouwbaar is (bijvoorbeeld als ze haver eten in plaats van brood).

Hoe verloopt de glutenprovocatie?

Mensen die al glutenvrij eten, wordt gevraagd om een periode weer gluten te eten (een glutenprovocatie) voordat het darmonderzoek plaatsvindt. Het is onduidelijk hoe lang ze dat moeten volhouden en hoeveel gluten ze moeten eten. Zelfs bij herkende coeliakiepatiŽnten die dezelfde hoeveelheid gluten eten, heeft de een na 2 weken beschadigde darmen (Marsh 3) en de ander niet (Marsh 0 of 1). Hoe lang het duurt voordat de darmen beschadigd raken, verschilt van persoon tot persoon. 

Hoe erg zijn je darmen beschadigd?

De vraag is welke Marshscore wordt gevonden in de biopten van de dunne darm. Zijn de darmvlokken korter geworden of verdwenen (Marsh 3)? Of zijn er meer ontstekingscellen te vinden (Marsh 1 of Marsh 2)? Of ziet alles er normaal uit (Marsh 0)? In het verleden gold alleen Marsh 3 darmschade als coeliakie. Sinds 2010 is bekend dat ook Marsh 2 voorkomt bij coeliakie, soms zelfs Marsh 1 en in uitzonderlijke gevallen Marsh 0.
Bij sommige kinderen met milde darmschade (Marsh 1 of Marsh 2) verergeren de buikklachten als ze gluten blijven eten en nemen de klachten af als ze glutenvrij eten. Voor andere kinderen met milde darmschade doet een glutenvrij dieet niets (zij hebben dus geen coeliakie).
Bij Marsh 1 heb je meer kans op coeliakie dan bij Marsh 0. In Cambridge kregen de meeste potentiŽle coeliakiepatiŽnten met Marsh 1 darmschade (13 van de 16) het advies om glutenvrij te eten, en slechts een paar patiŽnten met Marsh 0 (5 van de 55).

Is het een vroeg stadium van coeliakie?

Een positieve bloedtest kan een Ďvroege waarschuwingí zijn dat je coeliakie aan het ontwikkelen bent, zelfs als je darmen er nog goed uitzien. In een onderzoek uit Finland krijgt 2/3 van de patiŽnten met potentiŽle coeliakie binnen 7 jaar alsnog coeliakie. In een ander onderzoek uit ItaliŽ gebeurt dat bij 13 % binnen een periode van 10 jaar. Uit onderzoek in Cambridge blijkt dat zelfs mensen met compleet normale darmen (Marsh 0) bij een volgend darmonderzoek (een half jaar tot 13 jaar later) toch coeliakie kunnen hebben. Bij 11 van 55 patiŽnten met potentiŽle coeliakie uit Cambridge veranderde Marsh 0 in Marsh 3 (coeliakie).

Hebben sommige mensen met coeliakie een andere verschijningsvorm van de ziekte?

Mogelijk zijn er meer vormen van coeliakie. Zo zijn er coeliakiepatiŽnten bij wie als kind coeliakie is vastgesteld, die later toch gluten gaan eten. Je zou verwachten dat ze dan flinke darmschade oplopen. Vreemd genoeg gebeurt dit niet altijd. Uit een controlebiopt blijkt soms nauwelijks darmschade (Marsh 1). Deze mensen zitten in een Ďgrijs gebiedí.

Heb je de genen die horen bij coeliakie?

Heb je 1 of 2 van de genen HLA-DQ2 en HLA-DQ8, dan heb je kans op coeliakie. Heb je die genen niet, dan is de kans op coeliakie erg klein. Je arts zal testen of je deze genen hebt, met een bloedtest of een wattenstokjestest.

Wanneer ga je glutenvrij eten?

Als je klachten krijgt door het eten van gluten, en die klachten verdwijnen als je glutenvrij eet. Of als iemand anders in je familie ook coeliakie heeft. Soms ook als je een andere auto-immuunziekte hebt die niet onder controle is. Je arts zal je vragen hoe je er zelf over denkt, hoe je tegen een glutenvrij dieet aankijkt, en je adviseren wat in jouw situatie het beste is. Je bloed kan later nog een keer getest worden, en je kunt ook nog een keer een darmonderzoek krijgen (soms zelfs meer keer).

Nieuwe test in de maak

Artsen en onderzoekers uit Cambridge ontwikkelen een nieuwe test (met CD3+ en gamma delta T-cellen) om er eenvoudiger achter te komen of een potentiŽle coeliakiepatiŽnt Ďechtí coeliakie heeft of toch niet.



Dit is een samenvatting van de lezing over potentiŽle coeliakie van de Britse maagdarmleverarts dr. Woodward uit Cambridge. De lezing stond op het programma van de jaarlijkse coeliakieconferentie van de Britse coeliakievereniging Celiac UK en werd online gezet in verband met corona. Je kunt de volledige lezing hier volgen: https://www.coeliac.org.uk/research/our-approach/research-conference/2020/potential-coeliac-disease-doctor-have-i-got-it-or-not-dr-jeremy/?preview=true

Andere bronnen:
- Europese richtlijnen voor de diagnose van coeliakie https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/2050640619844125
- Wat doet een glutenvrij dieet bij kinderen met klachten die Marsh 1 of Marsh 2 darmschade hebben: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20400102
10
Jarenlang werd gedacht dat babyís pas vanaf het moment dat ze gluten eten ziek worden en coeliakie ontwikkelen. Maar de laatste tijd denken deskundigen daar anders over. Bij babyís van 4 maanden oud worden al aanwijzingen gevonden van coeliakie. En dan hebben ze nog geen korstje brood of hapje koek gegeten.

Het onderzoeksteam van PreventCD vergeleek het groeipatroon van kinderen met en zonder coeliakie vanaf hun geboorte. Kinderen die coeliakie ontwikkelden hadden geen opvallende groeiachterstand. Hun lengte en gewicht zaten meestal keurig binnen de lijntjes van de groeicurve van het consultatiebureau. Toch ontwikkelden die babyís zich minder voorspoedig. Ze groeiden minder goed, al vanaf de leeftijd van vier maanden.

Dit werd duidelijk toen de onderzoekers de Ďz-scoresí van kinderen met en zonder coeliakie vergeleken. De groeicurve met z-scores is gebaseerd op hoe gezonde kinderen zouden moeten groeien. Kinderen groeien overal ter wereld op dezelfde manier in lengte en gewicht. Deze z-scores zijn te vinden op de website van de werelldgezondheidsorganisatie WHO: https://www.who.int/childgrowth/standards/height_for_age/en/

Kinderen die later coeliakie ontwikkelden hadden binnen deze groeicurve een kortere lengte en een lager gewicht. Vanaf 4 maanden groeiden ze minder goed. ĎDit is lang voordat er klachten ontstaan en er antistoffen verschijnen in het bloedí, schrijven de PreventCD onderzoekers in een tijdschrift voor kinderartsen. 



Arch Dis Child. 2020 Apr 30. pii: archdischild-2019-317976. doi: 10.1136/archdischild-2019-317976. [Epub ahead of print]
Growth rate of coeliac children is compromised before the onset of the disease.
Auricchio R1, Stellato P1, Bruzzese D2, Cielo D, Chiurazzi A1, Galatola M1, Castilljeo G3, Crespo Escobar P4, Gyimesi J5, Hartman C6, Kolacek S7, Koletzko S8, Korponay-Szabo I5, Mearin ML9, Meijer C10, Pieścik-Lech M10, Polanco I11, Ribes-Koninckx C12, Shamir R13,14, Szajewska H15, Troncone R1, Greco L1.

INTRODUCTION:

Growth impairment has often been described in children who develop coeliac disease (CD). Based on data from the multicentre, longitudinal PreventCD study, we analysed the growth patterns of infants at genetic risk of CD, comparing those who developed CD by 6 years of age (CD 'cases', 113 infants) versus those who did not develop CD by 6 years (no CD 'controls', 831 infants).

METHODS:

Weight and length/height were measured using a longitudinal protocol. Raw measurements were standardised, computing z-scores for length/height and weight; a linear mixed model was fitted to the data in order to compare the rate of growth in the two cohorts.

RESULTS:

Neither cases nor controls had significant growth failure. However, when the mean z-scores for weight and height were analysed, there was a difference between the two groups starting at fourth month of life. When the growth pattern in the first year was analysed longitudinally using mixed models, it emerged that children who develop CD had a significantly lower growth rate in weight z-score (-0.028/month; 95% CI -0.038 to -0.017; p<0.001) and in length/height z-score (-0.018/month; 95% CI -0.031 to -0.005; p=0.008) than those who do not develop CD. When the whole follow-up period was analysed (0-6 years), differences between groups in both weight and length/height z-scores were confirmed.

CONCLUSION:

The growth of children at risk of CD rarely fell below 'clinical standards'. However, growth rate was significantly lower in cases than in controls. Our data suggest that peculiar pathways of growth are present in children who develop CD, long before any clinical or serological signs of the disease appear.

Pagina's: [1] 2 3 ... 10